Van Cito-toets naar baan
Zit jij nog op school? Of heb je de eindexamens al achter de rug en ben je bezig met een vervolgstudie, of heb je misschien al een baan?
Wat je op dit moment ook doet, als student of als werknemer, wanneer je terugkijkt op je schooljaren, dan zul je moeten erkennen dat al die jaren in de schoolbanken waren bedoeld om jou voor te bereiden op een vervolgstudie of een beroep.
Op de basisschool werd vastgesteld wat voor jou het best passende niveau was om naar door te stromen.
VMBO, HAVO, VWO, Gymnasium, voor iedereen kwam er een ander advies uit, een advies dat door velen wordt geaccepteerd, maar ook door menigeen wordt afgewezen. Het gevolg van die afwijzing is dat men het hogerop zoekt en maar al te vaak op een later moment alsnog terugvalt naar het geadviseerde niveau.
Waar je na de basisschool ook bent terechtgekomen, je bent je op die middelbare school aan het voorbereiden geweest op een vervolgstudie of een baan. Een droombaan die je misschien al van kleins af aan had, of die je tijdens die middelbare schoolopleiding hebt ontdekt.
En je was maar al te blij dat die schoolopleiding ook voldeed aan de eisen en verwachtingen en dat je na de eindexamens de vlag met schooltas hebt mogen uitsteken. En wie weet was die vlag er wel eentje mét wimpel. Je was blij dat die vervolgstudie goed aansloot op wat ja daarvoor al had geleerd.
Je hebt ondervonden dat je goed bent opgeleid voor het hele traject dat je hebt willen volgen om je doelen te bereiken.
Je hebt ook ondervonden dat de daarbij behorende proefwerken, toetsen en examens meetpunten zijn geweest. Die meetpunten gaven jou houvast op weg naar het eindexamen. Je wist waar je zwakke punten lagen, waaraan je extra aandacht hebt kunnen besteden, en je hebt dat eindexamen dan voldoende afgerond.
En ben je nog niet helemaal zover, zit je nog op die middelbare school of vervolgstudie en moet je dat laatste stukje nog volbrengen, dan hoop je maar, of beter gezegd, verwácht je dat jouw docenten over de juiste competenties beschikken, zodat zij jou die goede voorbereiding kunnen geven. Je mag dan hopen dat het eindexamen geen al te hoge horde voor je zal zijn.
Uiteraard dient iedere school te voldoen aan bepaalde eisen en wordt daarop toezicht gehouden door de overheid. Die doet dat in de vorm van de Onderwijsinspectie. Bij dit toezicht worden vastgestelde eisen gehanteerd, waarmee we jou nu niet willen vervelen. Maar jij hoopt wel dat jouw school voldoet aan al die eisen. Eisen die een hoge kwaliteit van onderwijs garanderen, zodat jij ongestoord zult kunnen doorstromen naar die vervolgstudie of naar een mooie baan in het bedrijfsleven.
Van fietser tot automobilist
Dat naar school gaan, dat doe of deed je waarschijnlijk met de (brom)fiets of met het openbaar vervoer. En nu vind je het tijd om je rijbewijs te gaan halen en te beginnen aan je rijopleiding, dus ben je op zoek gegaan naar meer informatie en hier aanbeland…
Terug naar dat onderzoek naar vooral de kwaliteit van de rijopleidingen dat de overheid heeft laten uitvoeren. Het onderzoek dat bekend staat als het Rapport Roemer (pdf) waaruit het idee is ontsproten om een Nationaal Leerplan op te stellen. Een leerplan waarin staat omschreven hoe de rijopleiding er eigenlijk hoort uit te zien. Precies zoals dat voor het gewone onderwijs dat we hiervoor hebben beschreven ook geldt.
Onderwijs hoort te voldoen aan bepaalde eisen en doelstellingen en wanneer die niet of niet duidelijk genoeg zijn omschreven heeft iedereen de vrijheid om zijn eigen weg te kiezen. En dat is wat er al decennia lang gaande is in de rijopleidingen: ‘Men doet maar wat…’
Afgezien van een deel van de rijscholen die zich wel hebben toegelegd op een gestructureerde manier van lesgeven, al dan niet daarvoor aanvullende opleidingen en trainingen hebben gevolgd, zijn er veel rijscholen die hun eigen methodes gebruiken en waarbij de resultaten te wensen overlaten. Bij de één speelt dit probleem sterker dan bij de ander, maar dát er problemen zijn, dat staat als een paal boven water.
Opleidingstraject
Het hele opleidingstraject bestaat uit twee hoofdonderdelen:
- De theorie
- De praktijk
De theorieopleiding
Net als in die schooljaren, waarin je bent voorbereid op een vervolgstudie, geldt voor het leren van de verkeerstheorie precies hetzelfde. Je moet worden opgeleid om de regels te kunnen toepassen in de praktijk.
Het verkeer omvat enorm veel regels, maar kent daarnaast ook een aantal andere zaken waarvan jij kennis en begrip behoort te hebben. Zaken die allemaal direct of indirect te maken hebben met jouw gedrag en jouw taken in het verkeer. En het gaat dus niet alleen om het opdoen van kennis, maar vooral om het opdoen van begrip.
Met het hebben van begrip van de theorie gaan we dus nog een stapje verder. Het verkeer vraagt namelijk niet om het klakkeloos toepassen van regels, het verkeer vraagt maar al te vaak om het vinden van een gulden middenweg in situaties waarmee je moet kunnen schipperen met die regels. Soms vraagt een situatie om inventiviteit, om aanpassingsvermogen, om op een veilige manier af te wijken van een regel om daarmee de doorstroming van het verkeer gaande te houden.
Dan is het geen nemen, maar dan is het geven, waarvan jij uiteindelijk weer voordeel ondervindt.
Dat opdoen van kennis en begrip vraagt om een professionele aanpak, kost tijd en moeite en gaat niet in een paar uurtjes, maar vraagt om bezinking en herhaling van leerstof.
Net zoals je op school dat leerproces hebt doorlopen.
Je zult niet de eerste zijn die het behalen van het theoriecertificaat als hoofddoel heeft gesteld.
Je zult niet de eerste zijn die denkt dat je dan klaar bent.
Je zult ook niet de eerste zijn die er vervolgens achter komt dat je onvoldoende bent voorbereid op het vervolg.
Het grote verschil tussen opleiden voor een (theorie)examen -het behalen van het certificaat- in plaats van het voorbereiden op het vervolg van de opleiding is:
- dat je meerdere theorie-examens zult moeten afleggen
- dat je veel onnodig extra kosten moet maken
- dat je extra rijlessen nodig zult hebben omdat het begrip ontbreekt
- dat je extra rijexamens zult moeten afleggen om het rijbewijs te behalen
En dat allemaal nog afgezien van de stress, frustraties en de deuk in je zelfvertrouwen.
Wanneer jij terugkijkt op die schooljaren en dat vergelijkt met een 1-dagscursus waarin je in recordtempo de leerstof moet opnemen, en wanneer jij terugkijkt op de uitleg die je op school kreeg en dat vergelijkt met de trucjes, foefjes en ezelsbruggetjes die je krijgt aangereikt om de regels te kunnen toepassen, dan kun je zelf de conclusie wel trekken waarom er zoveel examenkandidaten zijn die soms tot wel 25 keer nodig hebben om dat certificaat te behalen.
Je kunt dan zelf óók wel een voorstelling maken wat zij nog aan extra werk zullen hebben in de praktijklessen.
De praktijkopleiding
Wat voor de theorie geldt is voor de praktijk niet anders.
Er zijn talloze rijscholen waar je wordt opgeleid voor het rijexamen en men zich bezig houdt met het oefenen van een rondje om de kerk, waar men examenroutes met je rijdt, in plaats van je degelijk voor te bereiden op het vervolg.
In de praktijk moet je worden opgeleid tot een zelfstandig, besluitvaardig en veilig automobilist. Een automobilist die niet van slag raakt wanneer er iets onverwachts gebeurt, een automobilist die fouten van anderen ziet aankomen, kan voorspellen en kan opvangen. Het is ook die automobilist die zich een paar kleine foutjes kan veroorloven zonder dat hij meteen schade rijdt of letsel toebrengt aan een andere weggebruiker.
Een goed opgeleide automobilist heeft geen moeite met een rijexamen.
Die echte automobilisten worden gevormd door de echte rijopleiders, de vakmannen en vakvrouwen die precies weten wat er van jou wordt verwacht in het verkeer. Het zijn de meesters die jou opleiden tot een veel hoger niveau dan de gemiddelde collega dat doet. Het zijn de mensen die een solide fundering bij jou leggen, waarop jij in vol vertrouwen kunt doorbouwen.
Je herkent ze aan de hoge scores voor de eerste rijexamens in de Rijschoolzoeker en je herkent ze aan een groot verloop van leerlingen en het lage aantal herexamenkandidaten dat hun agenda vult.
Zij vullen hun agenda niet met winkeldochters en ze hebben maar zelden een kandidaat voor een BNOR-examen. En als ze die al hebben, dan is die in de meeste gevallen afkomstig van een andere rijschool.
Rijles of rijonderwijs
Het Rapport Roemer spreekt van rijles naar rijonderwijs, maar eigenlijk zou de titel van het rapport moeten zijn ‘Van rijinstructeur naar rijopleider’, een titel die aangeeft dat er meer gemoeid gaat met een rijopleiding dan alleen het geven van instructies en het kunnen uitleggen van handelingen.
Nu kun je de rijopleidingen niet volledig vergelijken met het reguliere onderwijs. Daar waar in het reguliere onderwijs onderscheid wordt gemaakt in niveau, van VMBO tot Gymnasium, moet iedereen die een rijopleiding volgt wel hetzelfde leren. Dat kan ervoor zorgen dat de één er meer tijd voor nodig heeft dan een ander. Ook beperkingen spelen daarbij een rol, maar een goede rijopleider laat zich bijscholen om met allerlei verschillende leerlingen te kunnen omgaan. Het vraagt allemaal om maatwerk, maar een opleider die over de juiste competenties beschikt moet in staat zijn om iedere leerling de juiste voorbereiding op de toekomst te kunnen geven.
Maar voor het overige zou er weinig verschil moeten zijn en bepaalt ook de docent welke kennis hij overbrengt. Gelukkig is dat in de rijopleidingen, net als in het reguliere onderwijs, goed vastgelegd, voor zowel de theorie als voor de praktijk.
Daar waar rijinstructie stopt, gaat de rijopleider verder.
Een rijopleider bereidt jou voor op jouw toekomstige taken en leidt jou op tot een veel hoger niveau dan een mager zesje.
Een echte rijopleider reflecteert, leert van feedback en helpt jou vol vertrouwen op weg. Dat doet hij met een gestructureerde opleiding en een open mind voor niet alleen zijn leerlingen, maar ook voor degenen die zijn leerlingen straks het groene licht moeten geven.
Onze aanbeveling
Rijonderwijs draait om structuur, het leggen van een solide basis en het vormen van zelfstandige, besluitvaardige en veilige verkeersdeelnemer door niet op te leiden voor de tussenstap, het rijexamen, maar door de leerling op te leiden voor de toekomst.
Er zijn veel rijopleiders die over de vereiste competenties beschikken, hetgeen meetbaar is aan de (eerste) examenresultaten, immers, de overheid stelt de vereisten en wie daaraan voldoet wordt beloond.
De keuze is aan jou!